Logo

Online-tentoonstelling 75 Jaar Vrijheid - dag 6

Groots verzet begint klein 

Enkele maanden geleden kwam er een groep scholieren naar ons archief. Tijdens deze archiefles bekeken zij diverse archiefstukken rondom de thema’s collaboratie, dagelijks leven en verzet. Tijdens het bespreken van de opdrachten kwamen de leerlingen op de vraag ‘wanneer pleeg je nu eigenlijk verzet?’. Gezamenlijk kwamen de leerlingen tot de conclusie dat verzet eigenlijk al begon bij ‘kleine dingen’ zoals het niet inleveren van je radio.

Bij het woord ‘verzet’ wordt vaak gedacht aan het plegen van overvallen op distributiekantoren of de liquidaties op NSB-ers. Verzet was echter veel meer dan grootse of gewelddadige acties. Onder verzet worden in feite alle acties verstaan die op welke manier dan ook tegenstand boden aan de plannen van de Duitse bezetter. In grote lijnen valt het verzet in drie categorieën op te delen: passief verzet, actief niet-gewelddadig verzet en gewelddadig verzet.1

De Duitsers hadden bij de start van de bezetting opdracht gekregen zich uiterst vriendelijk te gedragen. De meerderheid van de Nederlanders was daarom ook niet direct vijandig tegenover de Duitsers, slechts een enkeling bood onmiddellijk tegenstand.2 Zoals bijvoorbeeld Abraham van Vliet uit Wilnis, mandenmaker van beroep. Enkele dagen nadat Nederland was bezet door de Duitsers, werd Van Vliet op straat aangesproken door vier Duitse officieren die hem om de weg vroegen. Hij deed echter alsof hij zowel doof als blind was, waardoor de vier heren uiteindelijk doorreden, zonder geholpen te zijn. Het was weliswaar passief verzet, het was wel de eerste verzetsdaad van Abraham van Vliet.3

Langzaam maar zeker trad de bezetter steeds strenger op en ook de vervolging van Joodse mensen nam toe. In eerste instantie mochten Joodse mensen bijvoorbeeld niet langer voor de overheid werken en vanaf 1 september 1941 werden Joodse leerlingen verplicht om naar aparte scholen te gaan.4 Enkele weken daarvoor kregen de basisscholen daarom de opdracht om een lijst op te stellen met het aantal Joodse leerlingen op hun school. De gemeente kreeg als taak om de namen van deze leerlingen door te geven. Het bestuur van de christelijke basisschool in Baambrugge had dit verzoek halverwege augustus 1941 ook gekregen, pas op 12 september kwam hun reactie binnen bij de gemeente Abcoude. Zij schreven dat op hun school weliswaar geen Joodse leerlingen zaten, maar ‘al zou dit wel het geval zijn, het onder geen beding aan uw verordening gevolg zal mogen geven, aangezien het medewerking verleenen aan het onttrekken van joodsche leerlingen aan het Chr. Onderw. In strijd is met de opdracht van Christus om het Evangelie te verkondigen aan alle creaturen’. Hoewel het bestuur wel antwoord geeft op het verzoek vanuit de overheid, maken zij wel duidelijk hoe zij over de maatregelen tegen de Joodse mensen denken.5 Hierin is duidelijk een verschil te zien met de actie van Abraham van Vliet. Het schoolbestuur maakt namelijk op een niet-gewelddadige manier duidelijk dat zij het niet eens zijn met de handelswijze van de bezetter.

Digitale tentoonstelling dag 6 - Groots verzet begint klein 1
Afbeelding 1. Herinneringen van Abraham van Vliet. RHCVV, gemeentearchief Wilnis 1940-1988, inv.nr. 216.6

Op 14 juli 1942 vond het eerste transport van Joodse mensen plaats naar kamp Westerbork, maar pas toen vanaf mei 1943 met de invoering van de Arbeitseinsatz Nederlandse mannen werden gedwongen om in Duitsland te werken, nam met name het gewapende verzet enorm in omvang toe.6

Deze trend is ook terug te zien in het verzetswerk van de al eerder genoemde Abraham van Vliet. Zijn eerste passieve verzetsdaad pleegde hij enkele dagen na de bezetting. In de oorlogsjaren die volgden bleef hij samen met zijn zonen naar Radio Oranje luisteren, terwijl dit verboden was. Toen hij in mei 1943 hoorde dat de eerste jongeman uit Wilnis was opgeroepen om in Duitsland te gaan werken, begon Van Vliet zich meer actief te verzetten. Hij heeft zich enorm ingezet om ouders te overtuigen hun zonen niet te laten gaan. Daarnaast zorgde hij samen met andere dorpsgenoten voor onderduikadressen voor de jongens. ‘Op het allerdrukste, dus de hoogste top, bedroeg dit bijna 200 stuks’. De Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) wist inmiddels ook dat in Wilnis veel personen werden geholpen om onder te duiken, waardoor er jongemannen uit het gehele land naar Wilnis werden gestuurd. Abraham van Vliet heeft ook Joodse mensen geholpen aan onderduikadressen, in de gehele oorlog ging dit om elf personen. Hierbij moet in gedachten worden gehouden dat toen vanaf 1943 in Wilnis begonnen werd om jongemannen aan onderduikadressen te helpen, de meeste Joodse mensen al waren weggevoerd. Dit is een verklaring voor het relatief lage aantal Joodse mensen dat door Van Vliet aan een onderduikadres werd geholpen.

Abraham van Vliet heeft ongelooflijk veel betekend voor het verzetswerk in Wilnis. Hij hielp bij het verspreiden van verzetskranten, maakte bonkaarten na, coördineerde wapendroppings die in Wilnis plaatsvonden, hielp velen aan een onderduikadres en hij voorzag hen ook van voedsel. Zijn rol was zo groot, dat hij al op 28 juni 1945 in Wilnis werd gehuldigd voor datgene hij tijdens de oorlog had gedaan.7 De verhalen over zijn daden zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog is in ons archief te vinden. Hij zette deze tien jaar na de bevrijding op papier, nadat hier door vrienden en familie herhaaldelijk om gevraagd was (zie afbeelding 1).

1. Nationaal Archief, ‘Tweede Wereldoorlog: verzet in Nederland’: https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/zoekhulpen/tweede-wereldoorlog-verzet-in-nederland (06-05-2020).
2. Ibidem.
3. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen, gemeentearchief Wilnis 1940-1988, inventarisnummer 216.6.
4. ‘Jodenvervolging in Nederland’: https://www.jck.nl/nl/longread/jodenvervolging-nederland (06-05-2020).
5. RHCVV, gemeentearchief Abcoude 1941-1990, inventarisnummer 904.
6. Nationaal Archief, ‘Tweede Wereldoorlog: verzet in Nederland’: https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/zoekhulpen/tweede-wereldoorlog-verzet-in-nederland (06-05-2020).
7. RHCVV, gemeentearchief Wilnis 1940-1988, inventarisnummer 216.6.