Logo

Online-tentoonstelling 75 Jaar Vrijheid - dag 4

Het 'Beertje' van Weesp

Dat het archief zich uitstekend leent voor het vertellen van verhalen, is u tijdens het lezen van de vorige drie artikelen van onze online-tentoonstelling wellicht al opgevallen. Soms ontroerend of hilarisch, een andere keer heftig, maar altijd gebaseerd op de feiten zoals die in het archief te vinden zijn. Zo ook het verhaal van Weesper journalist ‘Beertje’ Wijnand.

Een van de beruchtste collaborateurs in Weesp was Johan Christiaan ‘Beertje’ Wijnand. (Zie afbeelding 1.) Wijnand was journalist bij de Weesper Courant en voerde daar de hoofdredactie. Hij woonde jarenlang met zijn vrouw en twee zoons aan de Stationsweg 3, destijds nog Muider Binnenweg geheten. Al voor de oorlog stond hij bekend als onvriendelijke man en geboren manipulator. Hij manipuleerde winkeliers om in de krant te adverteren en zelfs burgemeester Dotinga schijnt bevreesd te zijn geweest voor zijn scherpe pen.1 Vanwege zijn gedrag, gedrongen postuur en parmantige houding kreeg hij de bijnaam ‘Beer’, wat spottend ook wel ‘Beertje’ werd. Wijnand ontpopte zich in de oorlog in zijn geschreven stukken als een uiterst overtuigd antisemiet, die naast zijn werk voor de lokale krant ook in nationaal-socialistische blaadjes als De Misthoorn schreef. In het bijzonder voerde hij een persoonlijke lokale kruistocht tegen de leraar aan de lagere school, Arend Bouhuys. Deze had zich op school meermalen anti-Duits uitgelaten en weigerde de Joodse mensen in de stad als tweederangs burgers te behandelen. Toen de Jodenster werd ingevoerd, sprak Bouhuys zich hiertegen uit tegenover zijn leerlingen. Hij zou een ster meegenomen hebben naar de klas om die aan zijn leerlingen te laten zien en gaf aan dat ze het als een eerbewijs moesten zien. Dragers ervan zouden door zijn leerlingen beleefd gegroet moeten worden. Via een van de leerlingen van wie de vader NSB-er was en die het thuis vertelde, kwam het verhaal Wijnand ter ore. Dat was aanleiding om een offensief in de krant tegen de leraar te beginnen. Wijnand noemde hem in een artikel vanwege zijn houding tegenover de Joodse inwoners een ‘christelijke jodenslaaf’ en er verschenen stukken over Bouhuys met titels als ‘Geen demonstratieve jodenknechtschap voor de klas’.2

Digitale tentoonstelling dag 4 - Pestilentie 1
Afbeelding 1. Het echtpaar Wijnand-Witveld, Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen, Gemeentelijk archief Weesp 200-10, Fotocollectie gemeentearchief Weesp, GAWfoto10225.

Toen in april 1942 de Joodse inwoners van Weesp naar Amsterdam vertrokken om daar verplicht te gaan wonen, was Arend Bouhuys met zijn zoon Daan de enige die hen uitgeleide deed. Daan zou daar later over zeggen: 'Het afscheid van de Weesper joden, van wie hij sommigen goed en al heel lang kende, greep mijn vader erg aan. Hij stond te huilen op het perron. We hebben de ons bekende families een hand gegeven en gewacht totdat de trein vertrokken was. Dat was de laatste keer dat we ze hebben gezien.' Toen Wijnand van dit voorval later in De Misthoorn verslag deed voerde hij Bouhuys op als een ‘als heer gekleed persoon, die als een kind stond te grienen.’ Deze gebeurtenis was er de aanleiding van dat Bouhuys ontslagen werd. Eerder al hadden diverse ouders hun beklag gedaan bij de schoolleiding dat de anti-Duitse Bouhuys van school verwijderd diende te worden.

Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, vluchtte Wijnand zoals veel NSB-ers naar Duitsland. Hij kwam terecht in Verden am Aller, bij Hannover. Zijn zoons waren al eerder naar Duitsland vertrokken, een van hen had dienstgenomen bij de Waffen-SS om aan het Oostfront voor de nazi’s te vechten. In Duitsland raakte Wijnand betrokken bij het nazistische blad ‘Het Volk’, waarvoor hij ook zou gaan schrijven. Na de oorlog zou ‘Beertje’ zijn straf niet ontlopen, al bleek zijn straf zoals bij zovele nazisympathisanten relatief laag. Na de bevrijding doorzocht de Weesper politie Wijnands verlaten woning, daarin trof men niets belastends aan. Wel plaatste een onbekende een bord achter een van de ramen waarin Wijnands gedrag tijdens de oorlog aan de kaak werd gesteld. (Zie afbeelding 2.)

Kort na de oorlog werd Wijnand gearresteerd in Groningen. Hij werd overgebracht naar een politiecel in Weesp en vandaar werd hij lopend naar het barakkenkamp De Roskam gebracht dat destijds aan het Buitenveer lag. Tijdens deze korte wandeling, nog geen 10 minuten, stopte iemand Wijnand in de Slijkstraat een stak hem een grote speelgoedbeer onder de arm. Hiermee werd 'Beertje' publiekelijk belachelijk gemaakt. In 1947 zou hij uiteindelijk veroordeeld worden tot twee jaar en drie maanden celstraf, met aftrek van voorarrest. Hij zat toen overigens al bijna twee jaar vast en was al 72 jaar. Daarnaast verloor hij zijn stemrecht en het recht een openbaar ambt uit te oefenen. Tevens bepaalde de Commissie voor de Perszuivering dat Wijnand tien jaar niet meer voor dagbladondernemingen mocht werken. Daartegen ging hij in beroep en dit vonnis werd uiteindelijk nietig verklaard. Het vreemde is dat de commissie in de motivatie voor de nietigverklaring enkel Wijnands werk voor reguliere dag- en weekbladen aanhaalt, maar niet antisemitische schrijverij in De Misthoorn.3 De ‘Beer’ van Weesp zou uiteindelijk in 1958 overlijden.

Digitale tentoonstelling dag 4 - Pestilentie 2
Afbeelding 2. Het bord achter het raam van de woning van Wijnand, met linksonder een pasfoto van hem, RHCVV, Gemeentelijk archief Weesp 208.

1. D. van Zomeren, ‘Beertje’ Wijnand na de oorlog veroordeeld om zijn pro-Duitse houding en daden’, Weespernieuws 4 mei 2011, p. 22-23.
2. D. van Zomeren, Weesp in oorlogstijd. Een kroniek over Weesp in de periode 1934-1948 (Weesp 2012).
3. D. van Zomeren, Johan Christiaan Wijnand (1875 - 1958). Journalist te Weesp (Weesp 2012).